The Flying Dutchman

 
  Recepten van ca.1668 tot ca.1868

     

    Betekenissen van diverse gebruikte woorden:

    1 Ned. Pond = 1 kilo
    20 ponden = 494 gram
    Aardaker = Eetbare knollen van een vlinderbloemige plant.
    Aegtenappel = Aagtappel, aagjeappel of aagt
    Assiet
    Appelpen of Pent =Gesnipperde appelen in suiker gekookt
    Bernagie =Goudsbloem
    Boteris
    Broodsuiker = Witte suiker van suikerbroden
    Buglosse
    Daube = ’t Stoven en/of smoren
    Doren = Eidooiers
    Edik = Azijn
    Entremets = Koude vis en gevogelte
    Garst
    Garstig = Ranzig
    Gekorven = Fijn gesneden
    Gescherft = Fijn gesneden
    Gesoden = Gekookte of gesudderde
    Gewend brood = Wentelteefjes
    Graveel = Niersteen of blaassteen
    Harst = Een groot stuk vlees
    Harsten = Braden
    Kapoen = Gesneden haan
    Kars
    Karwei = Specerygewas
    Kort = Fijn dooreen gemengd
    Koolvier = Kolenvuur
    Labberdaan = Zoute vis
    Lamoenen = Limoenen of citroenen
    Latuw = Sla
    Loot of Lood = 15,4 gram
    Mastelluinen =Mengsel van tarwe en rogge
    Mengel of Mengele = ca. 1 liter
    Meuken = Murw, zacht worden, dus sudderen
    Mol= Een soort bier
    Molenaar = Wijting
    Mutsje = Een oude vochtmaat en gelijk aan 1 ½ dl.
    Nept
    Orego = Wilde marjolein
    Parey
    Pieces Montees = Opgemaakt suiker gebak
    Pinksternakelen = Pastinaken
    Releves = Koudvlees of gevogelte
    Rinsewijn = Zure wijn
    Soppe = Indoop
    Sparsjes = Asperges
    Spint
    Spout = Opensnijden
    Stick = Stuk
    Stoop
    Toekruid = Kruid voor toebereidingen waaronder mosterd
    Venezoen = Korstdeegschotel met gekneden pastei omhulsel
    Verjuys = Sap van onrijpe druiven dat als een soort azijn gebruikt werd
    Verleest = Uitzoeken
    Vierendeel = Kwart (oud) pond, nu 125 gram
    Warmoes = Verzamelnaam voor groentes


    Bij het bereiden van de salades werden vele kruiden aangewend.
    Een paar uur na het noenmaal werd, zo ongeveer om twee uur half drie de middagstick genuttigd, een paar sneden brood met boter of kaas met koud of warm bier of water.
    Het ontbijt bestond uit een "stick" brood met boter of kaas.
    Boter of kaas, want u weet "Zuivel op Zuivel
    Is ’t werk van de duivel".
    Het brood werd dan trouwens bij alle maaltijden gebruikt en men kende "morgen-,navent-,noen-, en middagstick".
    Ook roggebrood kende men, soms werd dit nog gemengd met tarwe " ‘t welck sy Mistelluyn noemen, al of men gemeght broot seyde".
    Mastelluin, grove en fijne bollen, weggen-,bodenbroden-,eierbroden , dat waren evenals duivekaters kostjes die alleen op bijzondere dagen werden gegeten.


    Aan het ontbijt werd bij het brood mede of bier gedronken.
    Melk werd wel gedronken, maar het werd niet zonder meer gezond geacht. Er werd gezegd dat melk slecht was voor tanden en tandvlees en gaf men de raad:"na het melck eten den mont met wijn spoelen".
    Het middagmaal, dat omstreeks twaalf uur werd gebruikt, zag er ongeveer als volgt uit: schotels vleesnat-, met worst erwten-, kalfsbouten en rundersharsten.(een ‘harst’ is een groot stuk vlees, b.v. het rugstuk, dat geschikt is om te braden.
    Het oude woord voor braden was ‘Harsten".



    Het eerste gerecht was de Potagie.
    Deze kon bestaan uit witte bonen met pruimen of stroop, peulkens met vleesnat, of boter, edik of toekruid.
    Ook kon een tarwebroodsoppe met kippe-,of vleesnat en gerechten als pinksternakelen met boter worden gegeven, of een hutspot.
    Het tweede gerecht was vis, verse vis of stokvis, pekelharing of bokking, ook wel labberdaan, maar ook andere vis, zoals gebraden steur en karper met knollen of pastinaken.
    Was er geen vis, dan at men ’s-zomers vers vlees en ’s-winters gezouten vlees, dat kon zowel varkensvlees met toekruid of met pruimen en krenten zijn, als rundvlees, kalfs-of schapevlees met pruimen, karwei en menthe.
    Deed men het eenvoudiger gelijk de burgerman, dan was men tevreden met een schotel warmoes, een stuk koud vlees uit de kuip gehaald, bereid, en nadat er iets van gebruikt was, werd de rest in porties door de week gegeten.
    Het derde gerecht van het noenmaal bestond meestal uit fruit, maar ook konden salades worden opgediend.
    Het avondmaal was meestal sober en bestond meestal allen uit brood, boter en kaas.



    ’s-Avonds werd ook wel een warme maaltijd gebruikt.

    Het eerste gerecht kon dan bestaan uit "garst met pruimen en kaneel, wittebroodsop, rijst in zoete met gezoden, of uit salade van verschillende groen-of beetwortelen, dan wel knollekens met boter begoten, een panneke brood met vet gestoofd of paauwenbout""
    Als tweede gerecht volgde dan het overschot van vlees of vis "opnieuw gebraden, gebakken of gebrand met boter en melk overgoten en met appelpens of pent omlegd", of misschien "gehakt van kalfs-en schapevlees met rozijnen en appelen"
    Maar meestal was het avondeten zeer eenvoudig en kon dan ook de vorm van pap hebben zoals "Blommepap van tarweblom met soetemelck gekooct".
    De gezondste pap werd geacht te zijn de zogenoemde "Pananda" gemaakt van kruim van brood.
    Eieren waren er zeer veel, men gebruikte vrijwel geen andere dan kippen eieren, die genuttigd werden als "slorpeeyeren", maar ook met boter geroerd, "ende op een kool vier tot die dickigheyt laten komen, dat mense even op broot vatten kan".
    Pastey van gehakt vleesch in een korst onder en boven, hoe men die bakken zal: Als de korst wat dik eerst onder in de pan gemaackt is, zo legt op het zelve wat dun gesneden spek, of het nat van het gehakte vleesch. Neemt dan 3 ponden gehakt kalsfvleesch, en doet daar wat gestooten beschuyt, wat gestoote peeper, wat sout, en wat gestoote notemuscaat onder, nevens een zuur lemmetje kleyn gehakt, wat chalotten, en 4 eyeren: kneedt dit te zamen door malkanderen en legt het plat in de korst, en daar over gedaan en een uur of twee laten bakken, is zeer goed om gegeeten te worden met een saus van kalfsnat dat heet gemaakt is, en met wat gestoote beschuyt of bloem, wat booter, wat sout, wat limoensap en wat gestoote foelie daar onder"

    Abricosen koekjes, hoe men die maken zal: Neemt tot 4 pond abricosen als ze geschild zyn, 4 ponden fyn geraspte en gezifte broodsuyker: de abricosen moeten eerst gekoockt en onder een geroerd worden als appelmoes tot ze heel effen en kleyn zyn, neemt dan de suyker en strooid ‘er die onder tot het dik genoeg gekoockt is, neemt ze dan van het vuur af, en doet ze op een plank op een stuk ley om op te droogen en doet op de plank of ley eerst wat suyker om dat ze daar aan niet zoude kleeven en men moet ze alle dag eens omkeeren tot ze heel droog zyn en dan in een schoon wit papier op een drooge plaats weg leggen:.

    Op soortgelijke wijze werden koekjes van verschillende vruchten gemaakt, zoals van Brambozen (frambozen).

    Ham hoe men die fruyten zal: Neemt ham en snyd die in dunne sneedjes en fruyt die met fransche wyn, raspt daar naderhand broot in en doet ‘er wat limoensap over en dekt de schotel met een deksel toe, en zet het op een weynigh vuur wat te meuken, is heel goed" Spargies, hoe men die fruyten zal voor de vasten: Neemt spargies en snyd die heel kleyn zo verre ze goed zyn om te eeten, en fruyt ze met booter en giet ‘er dan room over heen, dekt het toe en doet ‘er dan wat geraspte notemuscaat over, is heel goed.

    Nu een paar recepten van "potagien", we kunnen potage vergelijken met een pot-au-feu. Het kon zowel een soep zijn, als een gebonden brij.

    Kiekens pottagie, met erweten:
    Neemt kiekens en laat die in vleesch-nat kooken en dopt uwe erweten uit, en zet die te stooven met wat booter, en doet ze dan in het vleesch-nat ,daar de kiekens in leggen met wat peeper, foelie en sout, is heel goed.

    Kersensoep:
    Pluk de kersen van de steelen af, laat de steenen er in blijven, stoot ze in een vijzel, pers ze door een haren zeef, giet er half wijn en water op, en laat het kooken, dan snijdt met het brood in schijfjes, braadt die in booter, strooit er suiker en kaneel op, en giet het sap erover:.

    Drankjes:Mede, hoe men die maaken zal: Neemt 16 ponden van de best Marseliaansche honing tegen 16 stoop pompwater, en laat dat te samen een half uur kooken altoos wel op het schuymen passende, en den honing moet er niet ingedaan worden voor het water koockt.

    Neemt dan 8 soete citroenen en 8 suure citroenen, drukt die schoon uit, en laat het sap door een doek loopen, en giet het dan te samen met een pint brandewyn op een ledig vaatje zonder dat het gekoockt word: neemt dan 8 tot 10 notemuscaaten fyn gestooten, en dit dan met zo veel foelie en nagelen, zo veel als men in tweemaalen tusschen de voorste vinger en den duym vatten kan, en een goed styk kaneel daar bij gestooten, en dan te samen in een wit zakje gedaan, met een touwtje toegebonden en in het vaatje gehangen, en giet hier dan dit koockende water met den honing zoo heet op: en digt toegestopt, en dan tapt met het af als het 10 of 12 dagen op het vaatje gelegen heeft: en als het koel weer is zo wagt men een dag of drie langer, en dan tapt men het af in boeteljes, is heel goed:


    Recepten van "De volmaakte Hollandsche keuken-meid" uit de 18e eeuw.:

    Recept voor Sausysen van Patrysen:

    Neemt by 20 ponden (dit zijn oude ponden, die erg verschillend waren, maar waarvoor we 494 gram kunnen aannemen) gehakt, redelyk vet varkens-vleesch, anderhalf loot (een loot= 15,4 g.) of twee loot nootemuscaten: twee loot nagelen: twee loot zwarte peeper, dit alles ter deegen fyn gestooten zynde, zo roert men het onder anderhalf vierendeel (1/4 van het oude pond) sout en men kneed het door het gekapte varkensvleesch heen: en men laat het zo een nacht met een schone doek bedekt staan doortrekken."

    En dan volgen aanwijzingen voor het stoppen en inleggen.

    Sausysen van patryzen en andere gevogelte om versch te eten:

    In plaats van varkens-vleesch neemt men patryzen of hoenders, die wel van het vel en spieren ghesuivert zyn, en men neemt viermaal zo veel varkens reusel als vleesch, en men kruid het naar zyn goedvinden: en men kneed er wat melck door heen en stopt ze in schaape-darmen, dan legt men ze wat in melck om uyt te trekken, en dan droogt men ze af, en braad ze op een vet papier, is een smakelyk eten."

    Toebereydingen van allerhande deegh tot korsten van Pasteyen en Taarten:

    Men gebruykt hier toe grof deegh, fyn deegh en blad deegh.

    Het eerste gebruykt men tot Venezoen, en word ghemaackt van rogge-meel met booter, water en wat sout doorkneed, en met een stol uytgherold: en die korst word zelden of nooit gegeten.

    Het tweede gebruykt met tot Taarten en tot deksels van de Pasteyen en word ghemaackt van 4 ponden meel en anderhalf pond booter, wel door een gekneed, daar men ook blad deeg of korst van maackt, dog dan rolt men het uyt met 2 ponden booter: dog het moet wel ter degen doorwerckt worden om regt te zyn. (Kort=fyn dooreen gemengd)

    Citroen Struiven hoe men die bakken zal:

    Neemt 4 citroenen uitgedrukt, 5 beschuyten fyn gestooten en 3 lepels suyker, met 2 lepels ghesmolte booter, 4 eyeren, de helft met het wit, 2 geraspte citroen schillen daar onder geroert en dat te saamen onder een beslagen, en dan in een koeke-pan als gewend broot laten bakken, is heel goed:.

    Men doet het om de verandering ook wel in een Assiet en zet het zo op een weynigh vuur om er een vlade van te maaken, is goed".

    Gewend broot hoe men die bakken zal:
    Neemt 2 oudbakken halve stuyvers wittebroden over dwars in stukken ghesneden, of neemt zo gy wilt halve beschuyten. Neemt dan een kommetje zoete melck met wat suyker en roozewater daar onder ghedaan, legt dan de sneeden broot of halve beschuyten in een platte aarde schotel, en giet de bereide melck daar over heen en laat het zoo een ½ uurtje staan weeken, doet geduurig met een lepel de doorghesakte melck er over heen tot dat het wel doorgheweeckt is, klopt daan 2 eyeren heel kleyn, dan legt men het gheweeckt broot in de koek-pan om met wat booter te backen en men doet er de eyeren over heen, is heel goed".

    Om Spaense pap te maaken:

    Neemt een half pont rijs-bloem (rijstebloem) een half pont broot-suyker gestooten een mengele soete melck een mutsje Roosewater, roert het wel onder een dat het effen is en geen klonten in zyn, set het op ’t vuur en roert het gestadigh, laet het soo langh koocken tot dat het styf begint te worden, schept het dan in schotels op, het smaeckt heel wel".

    Om een saus te maaken over gesoden vis:

    Neemt jonge ajuyn, in booter gesoden, kervel-peterselie-peeper en wyn azyn, laet dat t’samen opzieden, t’s een goede saus:

    Van raeuwe saladen te beryden:

    Neemt kroppen (Latouwe)(Krul-Salaet)(Vette of Hoorn-Salaet) ook de uytspruytsels van de Paerde-bloemen) oft wilde Cichoraye)(Endivie)(of roode en witte Kool) (of Komkommers) ’t geen men best heeft ofte in de tyde is en een van alle wel schoon gemaeckt zynde dit wordt met goede olie van olijven-azyn en sout gegeten: over de sommige worden gebruyckt toe-kruiden yeder tot believen, doch de gemeene zijn Kars-Nept-Porseleyn-Pimpernel-Raket-Dragon-Boteris.

    Men eet dese Sala oock wel met gesmolten booter en azyn te saamen gewelt inplaets van olie en azyn. De Sala met booter en azyn is zeer smakelyk.

    Om Aelbessen-sop te maken:
    Neemt roode Aelbessen doetse van de steelen neemt Rinsewijn een weynigh waater en een weynigh booter met suyker soet gemaeckt dan witte-broot in een schotel gedaen en daar over ghegoten dat het broot weeck wordt en dan suyker en caneel daer over ghestroyt".

    Van aspergies:

    Aspergies worden slecht ghekoockt niet al te murruw en dan gegeten met olie azyn en peeper of anders met ghesmolten booter en gheraspte notemuskaten".

    Om een capoen op de Spaense wyse te beryden:

    (Spaense Hutsepot’oftewel Olla Podrida=gemengde pot)

    Neemt de capoen koockse met 3 of 4 stucxkens runtvleesch.

    Nemt dan heele foelie-geschilde gember-peterseliewortels-roosmareyn-safferaan en een stuck booter, heele peeper en een limoen kleyn gescherft en in een doek gebonden en t’samen in ’t sap geleit soo t’samen gaer gestooft zynde neemt dan den doeck de limoen in is uyt en distse op:.

    Appeltaart uit 1668:

    Om een door-nepen appel-taert te maken:

    Neemt appelen, kleyn ghekapt, en doet’er by doren van eyeren, caneel en suycker en gesmolten booter, menght dit onder een, leght het in het deegh en laet het backen.

    Om deegh te maken tot Taerten:


    Neemt terwen-meel, booter, rooswater, suyker ende een weynigh eyeren van yder na behooren.

 

 


 

 

    Updated 10 April, 2007 - webmaster Dirk Steine