Geschiedenis
In 1277 gaf Floris V de parochianen van ‘t Woudt het recht om de eigen pastoor voor te dragen. Dit was een belangrijk voorrecht dat maar zelden werd verleend. ‘t Woudt telde in 1561 twee boerderijen, negen kleine huisjes, een herberg, een pastorie en een kosterswoning. Het unieke is, dat dit aantal in de loop der tijden nauwelijks is veranderd. Op oude kaarten is te zien dat het patroon van de bebouwing tot op de dag van vandaag gelijk is gebleven.
‘t Woudt had ook een school, die zo'n goede naam had, dat niet alleen de Woudtse jongeren, maar ook kinderen van elders er naar toe kwamen. Het achterhuis van de huidige kosterswoning deed tot 1874 dienst als school.
't Woud werd op 1 januari 1812 opgericht als zelfstandige gemeente onder toevoeging van de Bataafse gemeenten Groeneveld, Hoog- en Woud-Harnasch en een gedeelte van Hof van Delft. Op 1 april 1817 werden deze toevoegingen ongedaan gemaakt en werd de gemeente 't Woud opgeheven en weer opgedeeld over deze drie gemeenten.







